ECLI:NL:CRVB:2009:BH4237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante ontving sinds januari 2004 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 werd zij onderzocht door een verzekeringsarts die forse psychische klachten vaststelde, maar beperkte haar beperkingen tot specifieke werkomstandigheden. Op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies, waarna het UWV besloot de uitkering per oktober 2006 in te trekken.
Na bezwaar werd de FML op enkele punten aangepast en concludeerde een bezwaararbeidsdeskundige dat er voldoende passende functies beschikbaar waren, waardoor de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek en de functiegeschiktheid toereikend waren en verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar psychiater meer beperkingen had vastgesteld. De Raad stelde echter vast dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek en hoorzitting, en dat de brief van de psychiater geen nieuwe informatie bevatte die aanleiding gaf tot twijfel aan de belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een toereikende medische en arbeidskundige grondslag berust en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De WAO-uitkering blijft ingetrokken vanaf 7 februari 2007.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 7 februari 2007 wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.