ECLI:NL:CRVB:2009:BH4442

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5348 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks betwisting psychische beperkingen

Appellante is sinds 2001 arbeidsongeschikt verklaard wegens psychische klachten en ontvangt een WAO-uitkering. Het Uwv heeft de uitkering per 19 oktober 2005 verlaagd naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond.

In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. Ter onderbouwing werd een brief van haar behandelend psychologe overgelegd en verzocht om een deskundige benoeming. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede doordat een psychiater was ingeschakeld die samen met de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen heeft beoordeeld.

De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen en zag geen reden om het verzoek tot benoeming van een deskundige toe te wijzen. Tevens bevestigde de Raad dat de functies die appellante nog zou kunnen vervullen passend zijn. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige af.

Uitspraak

06/5348 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 augustus 2006, 06/1223 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2009, waar appellante met voorafgaand bericht niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F. van Dam.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante is in 2000 wegens psychische klachten uitgevallen uit haar functie van verkoopster. Appellante ontvangt sinds 22 februari 2001 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke is berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
2. Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van 1 februari 2006, waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 22 augustus 2005, tot de verlaging van de WAO-uitkering per 19 oktober 2005 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
3. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.
4. In hoger beroep is namens appellante - kort samengevat - aangevoerd dat haar psychische beperkingen zijn onderschat. Ter ondersteuning is een brief van de behandelende psychologe M.P.F. van Herrewegen-van de Kimmenade ingezonden en is verzocht om inschakeling van een deskundige. Voorts zijn de gronden herhaald met betrekking tot de geschiktheid van de geduide functies.
5. De Raad is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek vanwege het Uwv zorgvuldig is geweest en ziet met de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de bezwaarverzekeringsarts B.C. Bockwinkel na onderzoek van appellante psychiater G.T. Gerssen voor een expertise heeft ingeschakeld en dat zowel de bezwaarverzekeringsarts als die psychiater bij hun oordeelsvorming rekening hebben gehouden met de informatie van de behandelend psychologe Van Herrewegen-van de Kimmenade. De Raad overweegt dat de bezwaarverzekeringsarts Bockwinkel de onderzoeksbevindingen van psychiater Gerssen genoegzaam heeft betrokken bij zijn conclusie dat er geen medische argumenten zijn om de bij appellante aangenomen beperkingen ingrijpend te wijzigen. Ook de in hoger beroep overgelegde brief van de behandelend psychologe biedt naar het oordeel van de Raad onvoldoende aanknopingspunten voor twijfel aan de stelling dat de psychische beperkingen van appellante zijn onderschat. Gelet op het voorgaande ziet de Raad geen aanleiding om het verzoek van appellante in te willigen om een deskundige te benoemen.
6. Aldus ervan uitgaande dat de beperkingen van appellante juist zijn gewaardeerd, heeft de Raad voorts geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zouden zijn voor appellante. De Raad sluit zich aan bij hetgeen de rechtbank dienaangaande in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.
7. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
8. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van Y. Bouchikhi als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) Y. Bouchikhi.
JL