ECLI:NL:CRVB:2009:BH4460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid ondanks chronische klachten
Appellante, een administratief medewerkster die uitviel wegens rug- en nekklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV beëindigde deze uitkering in 2006, waarna na bezwaar een herziening plaatsvond naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, stellende dat de beperkingen voldoende waren meegewogen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door chronische pijn en vermoeidheid niet in staat was tot arbeid, en overhandigde een psychiatrisch rapport dat haar beperkingen zou onderbouwen. De Raad vroeg de bezwaarverzekeringsarts om een reactie, die concludeerde dat het psychiatrisch rapport geen aanleiding gaf tot een ander medisch oordeel.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens, inclusief het psychiatrisch rapport, onvoldoende grond boden om de beperkingen van appellante te onderschatten. De visie van de psychiater onderschreef juist het belang van gestructureerd werk passend bij haar beperkingen. De Raad zag geen reden een deskundige te benoemen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.