ECLI:NL:CRVB:2009:BH4479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid ondanks psychische klachten
Appellant, een magazijnmedewerker die sinds februari 2000 uitviel wegens psychische klachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in maart 2006 in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek omtrent de geschiktheid van een bepaalde functie, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten, waaronder een angststoornis, onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet geschikt zou zijn voor de geduide functies vanwege beperkingen in doelmatig handelen. De Raad overwoog dat de medische beoordeling, inclusief de informatie van de huisarts en medicijngebruik, zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts. De arbeidskundige beoordeling van de drie geduide functies was voldoende gemotiveerd en hield rekening met de beperkingen.
De Raad concludeerde dat de beperkingen appellant niet belemmeren in het verrichten van eenvoudige en routinematige werkzaamheden zoals medewerker tuinbouw, productie-medewerker papier en sorteerder/controleur. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is en geschikt is voor eenvoudige functies.