ECLI:NL:CRVB:2009:BH4521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering en is sinds 1998 als zelfstandige gaan werken. Het UWV heeft in 2006 besloten de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vast te stellen, maar de uitkering over de jaren 1999, 2001, 2002 en 2003 te verlagen alsof appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, en vanaf 1 januari 2004 definitief minder dan 15% arbeidsongeschikt.
De rechtbank oordeelde dat het met terugwerkende kracht verlagen van de uitkering in beginsel in strijd is met rechtszekerheid, tenzij appellant wist of kon weten dat hij te veel ontving door het niet naleven van zijn inlichtingenplicht. De rechtbank stelde vast dat appellant niet aan deze plicht had voldaan en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel aan zijn inlichtingenplicht had voldaan door het indienen van inkomstenformulieren en dat hij niet kon weten dat hij te veel uitkering ontving. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat, ook als appellant aan zijn plicht zou hebben voldaan, het besluit op goede gronden berust. De Raad wijst op de aanzienlijke inkomensstijgingen en de duidelijke communicatie van het UWV, waardoor appellant wist of kon weten dat hij te veel ontving.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en acht geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 februari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAO-uitkering terecht met terugwerkende kracht heeft verlaagd wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.