ECLI:NL:CRVB:2009:BH4695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vervoersbeleid en toepassing vertrouwensbeginsel bij reiskostenvergoeding
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, ontving in 2003 een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer. In 2004 werd een nieuw Vervoersbeleid B/UG 2004 vastgesteld dat een hogere vergoeding mogelijk maakte, welke appellant met terugwerkende kracht ontving. Kort daarna werd dit beleid ingetrokken omdat het managementteam niet bevoegd was tot het vaststellen van afwijkend regionaal beleid.
Appellant maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn vergoeding, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de intrekking van het beleid als rechtmatig werd beoordeeld.
Appellant voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat een vergoeding voor fietsenstalling werd gehandhaafd terwijl de reiskostenvergoeding werd verlaagd. De Raad oordeelt dat deze vergoedingen verschillende achtergronden hebben en dat het handhaven van de fietsenstallingsvergoeding niet impliceert dat de reiskostenvergoeding gehandhaafd moet blijven.
De Raad stelt dat de staatssecretaris, met inachtneming van het vertrouwensbeginsel, volstond met het niet terugvorderen van de reeds toegekende vergoedingen over januari en februari 2004. Een verdere werking van het vertrouwensbeginsel is niet gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van het vervoersbeleid bevestigd.