ECLI:NL:CRVB:2009:BH4755

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4401 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening uitspraak UWV wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 2 juli 2008, waarin zijn hoger beroep tegen een UWV-besluit was afgewezen. Het verzoek tot herziening was gebaseerd op vermeende evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.

Tijdens de zitting op 21 januari 2009 was verzoeker aanwezig met zijn advocaat, terwijl het UWV niet verscheen. De Raad overwoog dat een hernieuwde beoordeling van de zaak alleen mogelijk is indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad concludeerde dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die herziening konden rechtvaardigen. Medische verklaringen die verzoeker aanvoerde, konden niet worden beschouwd als nieuwe feiten die redelijkerwijs niet eerder bekend waren. Ook het ontbreken van vermelding van bepaalde medische informatie in de eerdere uitspraak vormde geen grond voor herziening.

Daarom wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/4401 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2008, 07/6281,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2008, 07/6281.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2009. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge voornoemd. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoeker, de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 oktober 2007, 07/999, bevestigd.
2. Verzoeker heeft verzocht om "herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden". Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullende verzoekschrift van 12 september 2008 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans, van 3 september 2008.
3.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.2. De Raad is van oordeel dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu door verzoeker geen feit of omstandigheid als onder 3.1 bedoeld naar voren is gebracht. Wat betreft de medische verklaringen waarnaar (in het stuk van 3 september 2008) is verwezen, tekent de Raad aan dat deze verklaringen niet kunnen worden aangemerkt als feiten of omstandigheden die verzoeker voor de in geding zijnde uitspraak van de Raad redelijkerwijs niet bekend konden zijn. De omstandigheid dat naar de opvatting van verzoeker niet alle in het herzieningsverzoek genoemde medische informatie in de aangevallen uitspraak is genoemd, kan evenmin een grond voor herziening zijn.
4. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en H. Bedee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) I.R.A. van Raaij.
JL