ECLI:NL:CRVB:2009:BH4790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat zij na afloop van de wachttijd minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep eveneens ongegrond en vond de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende.
In hoger beroep stelde appellante dat zij meer beperkingen ondervond door pols- en knieklachten dan door het UWV was aangenomen en dat de geduide functies niet aansloten bij haar opleidingsniveau. De Raad overwoog echter dat er geen nieuwe medische informatie was die twijfel kon zaaien over de juistheid van de medische beoordeling. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat de functies passend waren bij het opleidingsniveau van appellante.
De Raad wees erop dat de rechter niet verplicht is om elk argument van een belanghebbende expliciet te motiveren in de uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.