ECLI:NL:CRVB:2009:BH4947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep wegens nieuw besluit UWV
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering was herzien van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bleek dat het UWV op 23 augustus 2007 een nieuw besluit had genomen waarbij de eerdere besluiten vervallen werden verklaard en de uitkering ongewijzigd bleef.
Het UWV stelde dat hierdoor het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant met het nieuwe besluit volledig tegemoet was gekomen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank niet op de hoogte was van dit nieuwe besluit en daarom ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed. Er was geen verzoek om schadevergoeding ingediend, waardoor het procesbelang ontbrak.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een nieuw besluit van het UWV.