ECLI:NL:CRVB:2009:BH4947

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4616 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep wegens nieuw besluit UWV

Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering was herzien van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bleek dat het UWV op 23 augustus 2007 een nieuw besluit had genomen waarbij de eerdere besluiten vervallen werden verklaard en de uitkering ongewijzigd bleef.

Het UWV stelde dat hierdoor het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant met het nieuwe besluit volledig tegemoet was gekomen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank niet op de hoogte was van dit nieuwe besluit en daarom ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard.

De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed. Er was geen verzoek om schadevergoeding ingediend, waardoor het procesbelang ontbrak.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een nieuw besluit van het UWV.

Uitspraak

08/4616 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 juni 2008, 07/820 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
en
appellant
Datum uitspraak: 4 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 30 augustus 2006 (hierna: het primaire besluit) heeft het Uwv de uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 29 oktober 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het door appellant tegen dit besluit ingediende bezwaar is bij besluit van 15 januari 2007 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep in de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
3.1. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het Uwv de rechtbank niet geheel op de hoogte heeft gebracht van relevante informatie. Als bijlagen bij het hoger beroepschrift heeft appellant besluiten van het Uwv meegezonden. Onder andere is een besluit van 23 augustus 2007 meegezonden, waarbij de besluiten van 30 augustus 2006 en 15 januari 2007 vervallen zijn verklaard en de arbeidsongeschiktheidsuitkering ongewijzigd is vastgesteld.
3.2. In het verweerschrift heeft het Uwv bevestigd dat appellant met ingang van 17 oktober 2006 ongewijzigd 80 tot 100% arbeidsongeschikt is beschouwd en dat het primaire besluit en het bestreden besluit zijn vervallen. Het Uwv heeft de Raad verzocht om het beroep van appellant niet-ontvankelijk te verklaren omdat er geen sprake meer is van enig procesbelang.
3.3. Op grond van de overwegingen 3.1 en 3.2 constateert de Raad dat het Uwv met het besluit van 23 augustus 2007 al volledig was tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Het beroep van appellant wordt gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht niet mede gericht geacht tegen dit besluit. Nu er door appellant in beroep geen verzoek is gedaan om schadevergoeding was er naar het oordeel van de Raad geen sprake van enig procesbelang en diende het inleidend beroep van appellant om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Nu de rechtbank alvorens uitspraak te doen, niet op de hoogte was van het bestaan van het besluit van 23 augustus 2007 en om die reden het beroep tegen het bestreden besluit ten onrechte ongegrond heeft verklaard, komt deze uitspraak voor vernietiging in aanmerking.
4. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 8,24 voor gemaakte reiskosten in beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant van € 8,24, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 145,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) R.L. Rijnen.
KR