ECLI:NL:CRVB:2009:BH5148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 1 november 2005 in, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het deskundigenadvies van psychiater Van Eyk volgde.
In hoger beroep betwist appellante deze beslissing en stelt dat de visie van haar eigen behandelend psychiater gevolgd had moeten worden. Het UWV onderbouwde dat appellante met de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in staat is de geduide functies uit te oefenen. De Raad overweegt dat het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige in beginsel gevolgd moet worden, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen.
De Raad concludeert dat de deskundige zorgvuldig en concludent tot zijn advies is gekomen en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken om hiervan af te wijken. Het besluit van de rechtbank wordt vernietigd omdat het oorspronkelijke besluit onvoldoende gemotiveerd was, maar de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit blijven in stand omdat de motivering in hoger beroep voldoende is aangevuld.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante en vergoedt het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet en in aanwezigheid van griffier A.C. Palmboom op 6 maart 2009 uitgesproken.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit blijven in stand.