ECLI:NL:CRVB:2009:BH5170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 24 april 2006 door het UWV. De rechtbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, maar het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid voor de geduide functies. In hoger beroep betoogde appellant dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvolledig en onzorgvuldig was en dat de functies te belastend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV een zorgvuldig onderzoek heeft uitgevoerd, waarbij ook informatie van de huisarts en psychiater van appellant is meegewogen. De Raad ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de vastgestelde beperkingen. De behandeling van depressiviteit was ruim voor de datum van het besluit afgerond, waardoor verdere beperkingen niet aannemelijk zijn.
Ook is er geen reden om aan te nemen dat de geselecteerde functies niet passend zijn voor appellant. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na een zorgvuldig en volledig verzekeringsgeneeskundig onderzoek.