ECLI:NL:CRVB:2009:BH5210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over eerste arbeidsongeschiktheidsdag en toekenning WAO-uitkering
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen met ingang van 28 februari 2002, met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 1 maart 2001. Hij stelde echter dat zijn arbeidsongeschiktheid al op 23 november 1999 was begonnen en verzocht om vervroeging van die datum. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit en handhaafde de oorspronkelijke datum. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek van appellant niet als herhaalde aanvraag kon worden gezien, maar als een nieuwe aanvraag met betrekking tot een eerder gelegen eerste arbeidsongeschiktheidsdag die nog niet was beoordeeld door het UWV. Het besluit van het UWV was inadequaat gemotiveerd en voorbereid, waardoor het niet in stand kon blijven. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase was overschreden, met een totaal van ruim vijf jaar verstreken sinds het bezwaar. De Raad besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de gevraagde schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij werd aangemerkt.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard met opdracht tot een nieuw besluit en heropening van het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.