ECLI:NL:CRVB:2009:BH5220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering wegens ontbreken relevante psychiatrische stoornis
Appellant heeft zich ziek gemeld na een incident in juli 2004 en werd behandeld door psychiater De Burlet. Het UWV besloot op basis van medische rapportages dat appellant vanaf 20 maart 2006 weer in staat was zijn werk te verrichten en trok de Ziektewet-uitkering in. Appellant betwistte deze beslissing en overwoog dat er nog sprake was van een psychiatrische stoornis, onderbouwd met een rapportage van psychiater Hertroijs uit november 2008.
De Raad beoordeelde de medische stukken, waaronder verklaringen van de behandelend psychiater, de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts. Deze concludeerden dat er geen relevante psychiatrische stoornis meer aanwezig was en dat appellant niet meer ongeschikt was voor de arbeid. De Raad vond onvoldoende aanknopingspunten in de latere rapportage om het standpunt van het UWV te betwijfelen.
De Raad achtte dat appellant vanaf 20 maart 2006 weer in staat was om 40 uur per week als makelaar te werken en bevestigde daarmee het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank Haarlem werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant vanaf 20 maart 2006 niet meer ongeschikt is voor zijn werk en intrekt het recht op ziekengeld.