ECLI:NL:CRVB:2009:BH5228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het Uwv, waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd verlaagd van 65-80% naar 35-45%, later bij bezwaar vastgesteld op 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het Uwv haar beslissing baseerde op een functionele mogelijkhedenlijst opgesteld door een verzekeringsarts en dossieronderzoek.
In hoger beroep betoogde appellant dat de keuring onjuist was en dat de urenbeperking van 30 uur per week ten onrechte was komen te vervallen. Ter zitting werd zijn standpunt ondersteund door zijn masseur, die zijn beperkingen bevestigde. Het Uwv verwees naar eerdere medische gegevens en vroeg bevestiging van de uitspraak.
De Raad oordeelde dat de beschikbare medische gegevens voldoende waren om een verantwoord oordeel te geven en dat appellant ondanks zijn beperkingen in staat was de voorgestelde functies te vervullen. De niet-medisch onderbouwde mening van appellant en zijn masseur werd niet zwaarwegend geacht. De Raad zag geen reden om de uitspraak van de rechtbank te herzien en bevestigde deze.
De Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.