ECLI:NL:CRVB:2009:BH5244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig zelfstandig aannemer en uitvoerder van voegwerken, vroeg op 5 januari 2006 een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds 17 februari 2004. Het UWV weigerde de uitkering per 15 februari 2005 toe te kennen omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen door het UWV waren onderschat en dat hij de drie aangeduide functies niet kon vervullen. Hij overlegde nieuwe medische informatie van een fysiotherapeute en rapporten van een neurochirurg en neuroloog. Het UWV reageerde met een rapport van een bezwaarverzekeringsarts.
De Raad onderschreef de eerdere medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV en vond geen aanwijzingen dat appellant ernstiger beperkt was dan aangenomen. De nieuwe medische informatie leidde niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.