ECLI:NL:CRVB:2009:BH5664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV tot rente en proceskostenvergoeding
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WAO-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en renteschade.
De Raad stelde vast dat het UWV inderdaad geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en oordeelde dat het UWV de wettelijke rente over de na te betalen uitkering aan appellante moest vergoeden. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten, begroot op € 644 in eerste aanleg en € 322 in hoger beroep, in totaal € 966.
Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met instemming van partijen. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Bolt, waarbij de griffier I.R.A. van Raaij aanwezig was. De Raad baseerde zich op de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet. De wijze van berekening van de rente werd verwezen naar een eerdere uitspraak van de Raad uit 1995.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.