ECLI:NL:CRVB:2009:BH5683

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-3311 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep wegens arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake arbeidsongeschiktheid. Het UWV wijzigde haar standpunt en beschouwde appellant alsnog voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt vanaf 22 maart 2007. Hierdoor bestond feitelijk geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.

Appellant bood aan het hoger beroep in te trekken indien het UWV in de proceskosten werd veroordeeld. Het UWV ging hiermee akkoord. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van enig procesbelang.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waaronder de kosten van rechtsbijstand en het ingebrachte rapport van de registerarbeidsdeskundige. Ook werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.

Deze uitspraak illustreert het belang van procesbelang in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt dat intrekking van hoger beroep mogelijk is bij overeenstemming over de kern van het geschil.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.

Uitspraak

07/3311 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 mei 2007, 06/3945 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 11 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.C.S. van Deijk-Amzand, werkzaam bij FNV Bouw, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Namens appellant is bij brief van 12 december 2008 een rapport van registerarbeidsdeskundige R.J. van Lutterveld, werkzaam bij Terzet B.V., bureau voor arbeidsongeschiktheidsvraagstukken, in het geding gebracht.
Het Uwv heeft bij brief van 25 januari 2008 ter reactie een rapport van bezwaarverzekeringsarts A. Deitz en een rapport van bezwaararbeidsdeskundige C.H.J. de Vries-van Hulten naar de Raad gezonden.
Op 22 augustus 2008 heeft het Uwv twee nieuwe besluiten genomen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij brief van 25 januari 2008 heeft het Uwv te kennen gegeven de motivering van het door de rechtbank bij de aangevallen uitspraak vernietigde besluit van 19 juni 2006, waarvan de rechtsgevolgen evenwel bij die uitspraak in stand zijn gelaten, niet langer te handhaven. Tevens heeft het Uwv aangegeven het besluit - de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen het besluit van 6 september 2005 - te handhaven op een andere grond. Bij brief van 28 augustus 2008 heeft het Uwv aan de Raad meegedeeld appellant 80 tot 100% arbeidsongeschikt te beschouwen vanaf 22 maart 2007. Dit standpunt heeft het Uwv in twee besluiten, beide gedateerd 22 augustus 2008, neergelegd en hij heeft deze besluiten aan appellant bekendgemaakt.
1.2. Namens appellant is bij brief van 24 september 2008 de Raad bericht dat appellant bereid is het hoger beroep in te trekken, indien het Uwv in de kosten van deze procedure wordt veroordeeld. Het Uwv heeft bij brief van 30 september 2008 meegedeeld mee te gaan in dit verzoek. Bij brief van 14 oktober 2008 heeft het Uwv een reactie gegeven op de door appellant gestelde kosten van de procedure.
2. Nu er feitelijk tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.
3. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden deze kosten begroot op € 322,- voor de in hoger beroep verleende rechtsbijstand. Voorts komen voor vergoeding in aanmerking de kosten van het door appellant in hoger beroep ingebrachte rapport van registerarbeidsdeskundige Van Lutterveld van 5 december 2007. Deze kosten worden begroot op € 902,20. De ingebrachte nota betrekking hebbende op door deze registerarbeidsdeskundige op 3 maart 2008 verrichte werkzaamheden komen niet voor vergoeding in aanmerking, alleen al niet omdat er in de onderhavige procedure geen rapport naar aanleiding van die werkzaamheden is ingebracht. De Raad stelt voorts - ten overvloede - vast dat het Uwv te kennen heeft gegeven bereid te zijn € 4,10 te vergoeden aan appellant ter zake van gemaakte reiskosten in beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.224,20, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 106,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) T.J. van der Torn.
KR