ECLI:NL:CRVB:2009:BH5683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep wegens arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake arbeidsongeschiktheid. Het UWV wijzigde haar standpunt en beschouwde appellant alsnog voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt vanaf 22 maart 2007. Hierdoor bestond feitelijk geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
Appellant bood aan het hoger beroep in te trekken indien het UWV in de proceskosten werd veroordeeld. Het UWV ging hiermee akkoord. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van enig procesbelang.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waaronder de kosten van rechtsbijstand en het ingebrachte rapport van de registerarbeidsdeskundige. Ook werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Deze uitspraak illustreert het belang van procesbelang in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt dat intrekking van hoger beroep mogelijk is bij overeenstemming over de kern van het geschil.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.