ECLI:NL:CRVB:2009:BH5720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering op grond van fiscale winst zelfstandige
Appellant ontvangt sinds 1988 een WAO-uitkering en exploiteert sinds 1992 een horecagelegenheid. Na een onderzoek naar mogelijke uitkeringsfraude heeft het Uwv besloten de WAO-uitkering vanaf 1995 niet meer uit te betalen vanwege inkomsten uit arbeid, gebaseerd op fiscale winstcijfers vastgesteld door de Belastingdienst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij de vaste rechtspraak volgde dat de fiscaal vastgestelde netto winst van een zelfstandige als inkomsten uit arbeid geldt, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de gehanteerde winstcijfers onjuist zijn en dat het vertrouwensbeginsel is geschonden.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de fiscale winst onjuist is, ook niet op basis van verklaringen van zijn boekhouder en vergelijkbare horecazaken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen uitdrukkelijke, schriftelijke en onvoorwaardelijke toezegging van het Uwv was gedaan.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd, het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.