ECLI:NL:CRVB:2009:BH5740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige grondslag
Appellante ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd herbeoordeeld, waarna het UWV de uitkering introk op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot intrekking op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berustte. In hoger beroep stelde appellante dat de arbeidskundige motivering onvoldoende was, met name dat de voorgehouden functies haar belastbaarheid overschreden.
De Raad overwoog dat de medische grondslag zorgvuldig was vastgesteld en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor een zwaardere beperking. Ten aanzien van de arbeidskundige motivering stelde de Raad vast dat het UWV pas in hoger beroep met aanvullende rapportages voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb, evenals de aangevallen uitspraak. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand omdat in hoger beroep alsnog de vereiste motivering was gegeven. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.