ECLI:NL:CRVB:2009:BH5755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid volgens Ziektewet
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 10 juli 2006 geen recht meer had op ziekengeld op grond van de Ziektewet, omdat hij niet langer wegens ziekte of gebreken ongeschikt was voor het verrichten van zijn arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en baseerde zich daarbij op de rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die een zorgvuldig medisch onderzoek hadden uitgevoerd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en zag geen reden om te twijfelen aan de conclusies van deze artsen.
Appellant bracht in hoger beroep geen nieuwe medische stukken in die de eerdere conclusies konden weerleggen. De Raad benadrukte dat als maatstaf voor de beoordeling de eigen arbeid als stikker geldt, en subsidiair de arbeid die in het kader van de WAO in 2004 als geschikt werd aangemerkt.
De Raad achtte geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Breda.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant niet langer wegens ziekte ongeschikt is voor zijn arbeid.