ECLI:NL:CRVB:2009:BH6049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na toepassing anticumulatie na drie jaar
Appellant was sinds 1985 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 1986 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Vanaf 1 april 2000 werkte appellant 20 uur per week bij een werkgever die een plaatsingsbudget ontving. Het UWV heeft de WAO-uitkering per 1 april 2000 verlaagd, waarna na bezwaar en beroep de uitkering werd herzien met toepassing van de anticumulatiebepaling van artikel 44 WAO Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de inkomsten uit arbeid, ook met het plaatsingsbudget, als reguliere inkomsten gelden en niet als sociaal loon. De toepassing van het oude arbeidsongeschiktheidscriterium staat een schatting op basis van inkomstenvergelijking niet in de weg.
De Raad concludeert dat de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% per 1 april 2003 terecht is en wijst het hoger beroep af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 maart 2009.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid per 1 april 2003 wordt bevestigd.