ECLI:NL:CRVB:2009:BH6051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijk medisch onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, omdat het medisch onderzoek naar haar arbeidsbeperkingen niet zorgvuldig was uitgevoerd. Het UWV erkende in hoger beroep dat het primaire medisch onderzoek niet deugdelijk was, omdat dit was uitgevoerd door een niet-geregistreerde arts en de bezwaarverzekeringsarts slechts dossieronderzoek had gedaan.
Na nader medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerden deskundigen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante minder dan 15% bedroeg, waarmee de intrekking van de uitkering gerechtvaardigd was. Appellante betwistte deze conclusies, maar kon geen objectieve medische onderbouwing leveren die het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige ondermijnde.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vernietigd moest worden vanwege het ondeugdelijke medisch onderzoek. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand, aangezien het nader onderzoek een toereikende grondslag bood. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijk medisch onderzoek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.