ECLI:NL:CRVB:2009:BH6072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering tijdens zwangerschap en bevallingsverlof in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard wegens een whiplash syndroom, ontving een WAO-uitkering die in 2004 werd ingetrokken op basis van een medisch onderzoek tijdens haar zwangerschap. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, maar achtte haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15%. Appellante betwistte dit en voerde onder meer aan dat het onderzoek tijdens haar zwangerschap plaatsvond, waardoor de beoordeling onjuist was.
De Raad oordeelde dat een verzekeringsarts wel degelijk een betrouwbare inschatting kan maken van beperkingen tijdens zwangerschap. Ook vond de Raad dat het bezoek aan de arbeidsdeskundige acht weken na de bevalling verenigbaar was met het doel van het bevallingsverlof. Wel stelde de Raad vast dat de uitlooptermijn, waarin appellante zich moet oriënteren op de arbeidsmarkt, onrechtmatig tijdens het bevallingsverlof is gestart.
De Raad benadrukte dat het samenvallen van de uitlooptermijn met het bevallingsverlof leidt tot een onredelijke cumulatie van lasten en een te korte periode voor appellante om zich aan te passen aan haar nieuwe inkomenspositie. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom had de herziening van de uitkering pas na het bevallingsverlof mogen ingaan. De Raad bevestigde de vernietiging van het eerdere besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering tijdens het bevallingsverlof was onzorgvuldig en het UWV moet een nieuw besluit nemen na het bevallingsverlof.