ECLI:NL:CRVB:2009:BH6084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens psychische klachten en arbeidsgeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van de WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage was vastgesteld op 55-65%. Hij voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten, waaronder plotseling optredende agressiviteit, en dat de voorgestelde functies niet passend waren. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die de medische beoordeling bevestigde en de geschiktheid van de functies onderschreef.
Het Uwv nam een nieuw besluit op bezwaar op 8 juni 2007, waarbij de uitkering werd vastgesteld op 65-80%. De Raad oordeelde dat dit besluit niet volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant, maar dat het beroep tegen dit latere besluit ongegrond was. De Raad vernietigde het oorspronkelijke besluit van 15 november 2005 en verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot betaling van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, inclusief griffierecht. De Raad volgde de deskundige en vond dat appellant geschikt was voor de voorgestelde functies, die geen onoverkomelijke opleidings- of ervaringseisen bevatten gezien zijn achtergrond.
Uitkomst: Het primaire besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, het beroep tegen het latere besluit wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.