ECLI:NL:CRVB:2009:BH6190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1982 een WAO-uitkering voor 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een tip startte het UWV een onderzoek waaruit bleek dat appellant inkomsten uit arbeid had genoten zonder deze op te geven. Het UWV stelde op basis van schatting de inkomsten vast en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en betwistte de juistheid van de vaststelling van zijn inkomsten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV bevoegd is om bij het ontbreken van concrete, verifieerbare gegevens de inkomsten schattenderwijs vast te stellen, mits dit zorgvuldig gebeurt.
De Raad vond het onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig en de schatting gebaseerd op verklaringen van appellant en betrokkenen aannemelijk. De verklaring van een getuige, opdrachtgever van appellant, was onvoldoende om twijfel te zaaien over de juistheid van de schatting. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten.