ECLI:NL:CRVB:2009:BH6199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAJONG-uitkering en beoordeling overschrijding redelijke termijn
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAJONG-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 45 tot 55%. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom haar beperkingen waren vastgesteld en dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel gaf over een medisch rapport van haar adviseur.
De Raad oordeelde dat het UWV met het rapport van de bezwaarverzekeringsarts voldoende motivering had gegeven en dat de tegenstrijdigheden in rapportages niet tot een onbegrijpelijke beoordeling leidden. De Raad volgde de rechtbank in het belang van het onafhankelijke deskundigenrapport van psychiater Rübsaam en wees het rapport van Woudstra af omdat deze appellante niet had onderzocht.
Verder verwierp de Raad het bezwaar tegen de geschiktheid van de functie medewerkster schoonmaakdienst. Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn constateerde de Raad dat de procedure ruim vijf jaar had geduurd, waarbij de rechtbank ruim drie jaar en tien maanden nodig had. De Raad achtte dit een mogelijke schending van artikel 6 EVRM Pro en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over schadevergoeding, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.
Uitkomst: Bestreden besluit bevestigd en onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn heropend.