ECLI:NL:CRVB:2009:BH6244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlegging peildatum ouderlijke bijdrage bij inkomensdaling door verhuur
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het bezwaar tegen het besluit van de IB-Groep ongegrond verklaarde. De IB-Groep had geweigerd om het inkomen van appellante over een recenter jaar dan het peiljaar 2002 te gebruiken voor de bepaling van de ouderlijke bijdrage, omdat de inkomensdaling na 2002 werd gezien als een normaal risico van haar wijze van inkomensverwerving.
Appellante voerde aan dat zij huisvrouw is en dat de inkomensdaling niet normaal is, omdat deze het gevolg was van het opzeggen van een huurder door het bedrijf van haar echtgenoot na de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Sindsdien verhuurt zij de ruimte aan een derde, wat leidde tot een eenmalig hoog inkomen in 2002 door waardestijging van het pand.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de inkomensdaling binnen de normale inkomensschommelingen valt die kunnen optreden bij verhuur van bedrijfsruimte. De Raad onderschreef dit oordeel en maakte het tot het zijne. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om de peildatum te verleggen en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.