ECLI:NL:CRVB:2009:BH6250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit dienstverband
Appellante maakte tijdig melding van wijzigingen in haar arbeidsuren en inkomsten, maar het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe om met terugwerkende kracht korting te geven op haar uitkering over meerdere maanden in 2004. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de korting en terugvordering rechtmatig waren.
In hoger beroep stelde appellante dat de terugvordering in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en dat de berekening onvoldoende inzichtelijk was. De Raad overwoog dat artikel 44 WAO Pro in principe met terugwerkende kracht kan worden toegepast en dat uit de gegevens bleek dat appellante redelijkerwijs kon begrijpen dat zij teveel uitkering ontving naast haar inkomsten.
De Raad vond geen bewijs voor een schriftelijke, uitdrukkelijke toezegging of gerechtvaardigde verwachtingen die het UWV zouden hebben belemmerd in de toepassing van artikel 44. Ook getuigenverklaringen over telefoongesprekken met een arbeidsdeskundige boden geen grond voor het vertrouwensbeginsel. Omdat appellante de juistheid van het terugvorderingsbedrag niet langer betwistte, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het UWV bevestigd.