ECLI:NL:CRVB:2009:BH6371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en beperkingen bij narcolepsie in WAO-uitkeringszaak
Appellante vorderde een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid per 18 oktober 1996, met klachten waaronder psychosomatische klachten en moeheid. Het Uwv wees de aanvraag af vanwege vermeende te late indiening en geschiktheid voor gangbaar werk. Na diverse procedures vernietigde de Raad eerdere uitspraken en bepaalde dat het Uwv de aanvraag inhoudelijk moest beoordelen, inclusief de invloed van een in 2001 gestelde narcolepsiediagnose.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat appellante in 1996 al aan narcolepsie leed en dat het besluit van het Uwv een arbeidskundige beoordeling ontbeerde. De Raad bevestigt deze medische beoordeling en stelt dat de klachten in 1996 vooral verband hielden met psychische belasting en thuissituatie. Een diagnose op zich is niet doorslaggevend; het gaat om vastgestelde beperkingen en hun ernst.
Appellante voerde aan dat zij als medische afzakker moest worden beschouwd en dat functies met wisseldiensten niet passend waren. De Raad verwierp dit, stellende dat vermindering van werktijd vrijwillig was en dat wisseldiensten passend waren binnen de maatmanfunctie. Het beroep tegen het besluit van 15 februari 2008 werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van 15 februari 2008 wordt ongegrond verklaard.