ECLI:NL:CRVB:2009:BH6430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Intrekking salarisverhoging ambtenaar zonder ondubbelzinnige toezegging onrechtmatig
Betrokkene, werkzaam als deurwaarder bij de Belastingdienst, kreeg vanaf 1998 een salarisverhoging in de vorm van bovenschalige periodieken toegekend. In 2005 trok de Staatssecretaris van Financiën deze salarisverhoging in op grond van artikel 8, derde lid, van het BBRA, omdat het functioneren van betrokkene niet langer als uitstekend werd gekwalificeerd. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, omdat zij oordeelde dat er een toezegging was gedaan dat de periodiek niet zou worden ingetrokken, tenzij een groter belang dat vereiste.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de toezegging niet ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk was en dat betrokkene op de hoogte had moeten zijn van de wettelijke mogelijkheid tot intrekking. De beoordeling van het functioneren over de relevante periode kwalificeerde het functioneren niet als uitstekend. Betrokkene heeft geen feiten gesteld die het oordeel van de appellant over de intrekking onredelijk maken.
Daarom oordeelt de Raad dat de Staatssecretaris bevoegd was de salarisverhoging in te trekken en vernietigt het hoger beroep de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de salarisverhoging door de Staatssecretaris was rechtmatig en het beroep van betrokkene wordt verworpen.