ECLI:NL:CRVB:2009:BH6503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief beëindiging Ziektewetuitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een brief van het UWV van 14 augustus 2006 waarin werd medegedeeld dat haar Ziektewetuitkering werd beëindigd. De brief bevatte een bezwaarclausule, maar noemde geen concrete datum van beëindiging. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit van 6 oktober 2006 ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat de brief wel een besluit was en dat haar daardoor een rechtsgang was ontnomen. De Raad stelde vast dat de brief geen besluit was, mede omdat er geen rechtsgevolg aan verbonden was en de brief berustte op een kennelijke misslag.
De Raad oordeelde verder dat appellante niet werd belemmerd om beroep in te stellen tegen het eerdere besluit van 4 juli 2006, dat zij ook had ontvangen. Daarom werd het bezwaar tegen de brief terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 14 augustus 2006 werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.