ECLI:NL:CRVB:2009:BH6516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens herstel voor eigen arbeid
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met rug-, bekken- en hoofdpijnklachten. Een verzekeringsarts verklaarde appellant hersteld voor zijn eigen arbeid per 13 maart 2007. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde daarop een Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen aanvullende medische informatie was overgelegd die het oordeel van de verzekeringsartsen zou weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde dat geen nadere informatie bij de behandelend sector nodig was, mede omdat zij al beschikte over eerdere huisartsgegevens. De Raad concludeert dat appellant op medische gronden niet ongeschikt is voor zijn eigen arbeid en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2009 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.