ECLI:NL:CRVB:2009:BH7055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.L.P.G. van Thiel
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering wachtgeld ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant, die eervol ontslag kreeg met wachtgeld op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959, ontving vanaf 25 februari 2001 ook een voorlopige WAO-uitkering. De minister vorderde terug dat appellant het teveel ontvangen wachtgeld ad €35.336,12 terugbetaalde omdat hij de WAO-inkomsten niet had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de minister bevoegd was tot terugvordering en deze bevoegdheid redelijk had uitgeoefend.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen uitstel verleende voor de mondelinge behandeling, wat hem in zijn belangen zou hebben geschaad. De Raad oordeelde dat het verzoek om uitstel niet tijdig en gemotiveerd was ingediend en dat appellant onvoldoende onderbouwde hoe hij werd geschaad. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde schriftelijke toezeggingen waren dat het wachtgeld volledig zou worden doorbetaald zolang geen definitieve WAO-toekenning was.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen, waarmee de terugvordering van het teveel ontvangen wachtgeld onverminderd van kracht blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van het teveel ontvangen wachtgeld wordt bevestigd.