ECLI:NL:CRVB:2009:BH7059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onderschatting medische situatie
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank had het besluit in stand gelaten op basis van medische rapporten en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) die aangaven dat appellante geschikt was voor bepaalde functies. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling niet volledig was, met name omdat de neuroloog/psychiater Kemperman niet was geraadpleegd.
De Raad liet zich nader informeren door deze deskundige, die concludeerde dat de belastbaarheid van appellante op meerdere punten anders moest worden beoordeeld dan door de verzekeringsarts was gedaan. De FML werd daarop aangepast. Een arbeidsdeskundige bevestigde dat appellante met de aangepaste functionele mogelijkheden geschikt bleef voor de genoemde functies.
De Raad oordeelde dat de medische situatie van appellante bij het bestreden besluit was onderschat en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat de gewijzigde medische beoordeling geen gevolgen heeft voor de geschiktheid van appellante voor de functies. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onderschatting van de medische situatie, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.