ECLI:NL:CRVB:2009:BH7067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening intrekkingsbesluit Wajong-uitkering met verdergaande terugwerkende kracht
Appellant ontving sinds 1990 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een Wajong-uitkering. In 2000 werd deze uitkering ingetrokken omdat appellant op dat moment gedetineerd was. Appellant stelde bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde geen beroep in tegen die beslissing.
In 2005 verzocht appellant om herziening van het intrekkingsbesluit en hernieuwde toekenning van de uitkering met terugwerkende kracht tot 2000. Het UWV kende de uitkering terug met terugwerkende kracht tot 18 juni 2004, conform het beleid dat alleen volledige terugwerkende kracht verleent aan degenen die beroep en hoger beroep hadden ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat het intrekken van de uitkering met terugwerkende kracht een inbreuk op het eigendomsrecht vormde, maar dat dit gerechtvaardigd was vanwege het belang van rechtszekerheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege een psychiatrische aandoening niet in staat was tijdig beroep in te stellen en dat de herziening volledig terugwerkende kracht moest krijgen.
De Raad overwoog dat het UWV terecht het verzoek tot herziening niet met een verdergaande terugwerkende kracht had gehonoreerd, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Het belang van rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel werden in acht genomen, en er was geen disproportionele last voor appellant. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd de herziening van het intrekkingsbesluit van de Wajong-uitkering met een verdergaande terugwerkende kracht toe te kennen.