ECLI:NL:CRVB:2009:BH7225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na professionele herbeoordeling ondanks huisstofallergie
Appellant genoot een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar werd in november 2004 uitgenodigd voor een herbeoordeling. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant in staat was tot loonvormende arbeid, waarna de uitkering per 8 mei 2005 werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar, waarop het bezwaar werd toegewezen en de uitkering werd voortgezet.
Een tweede herbeoordeling in december 2005 leidde opnieuw tot intrekking van de uitkering per 21 februari 2006. Appellant maakte wederom bezwaar, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat een tweede herbeoordeling toegestaan was en dat de beperkingen van appellant, inclusief zogenaamde 'verstopte' beperkingen en zijn huisstofallergie, niet waren onderschat.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat een verzekerde na een eenmalige herbeoordeling niet is gevrijwaard van een professionele herbeoordeling. De medische rapportages en functionele mogelijkhedenlijsten (FML) zijn voldoende onderbouwd en gemotiveerd, en het opleidingsniveau is terecht op niveau 2 vastgesteld. De Raad acht de aan appellant voorgehouden functies medisch geschikt en wijst de bezwaren van appellant af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 21 februari 2006 wordt bevestigd.