ECLI:NL:CRVB:2009:BH7366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet beschikbaar stellen voor oproepwerk
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch verlaagde de bijstand omdat appellant zich niet beschikbaar stelde voor oproepwerk bij Randstad, wat leidde tot uitschrijving als oproepkracht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
In hoger beroep betwistten appellanten de schending van arbeidsverplichtingen. De Raad stelde vast dat appellant zich had ingeschreven bij Randstad en twee dagen had gewerkt, maar daarna had aangegeven niet voor korte periodes te willen werken en een voorkeur had voor een vast contract. Dit leidde tot uitschrijving door Randstad. De Raad vond dit verwijtbaar gedrag en oordeelde dat het College terecht de bijstand verlaagde op grond van artikel 18 WWB Pro.
De Raad kwalificeerde de gedraging als niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, wat volgens de Verordening Werk Wet werk en bijstand ’s-Hertogenbosch 2006 een verlaging van 50% gedurende een maand rechtvaardigt. Er waren geen omstandigheden die een lagere verlaging of afzien daarvan rechtvaardigden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% gedurende een maand wordt bevestigd wegens niet beschikbaar stellen voor oproepwerk.