ECLI:NL:CRVB:2009:BH7390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen opschorting en intrekking bijstandsuitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 2 november 2006 tot opschorting van zijn bijstandsuitkering wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie. Het College trok vervolgens de bijstand in een apart besluit van 16 november 2006. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet tevens gericht was tegen het intrekkingsbesluit, dat inmiddels onaantastbaar was geworden.
In hoger beroep betwist appellant dat zijn bezwaar niet als prematuur bezwaar tegen het intrekkingsbesluit kan worden aangemerkt en stelt dat het intrekkingsbesluit verknocht is aan het opschortingsbesluit. De Raad oordeelt echter dat het intrekkingsbesluit een zelfstandig besluit is met een andere feitelijke en juridische grondslag dan het opschortingsbesluit. Het intrekkingsbesluit volgt op het niet herstellen van het inlichtingenverzuim binnen de gestelde termijn.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het opschortingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het opschortingsbesluit bevestigd.