ECLI:NL:CRVB:2009:BH7744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling passende functies door Centrale Raad van Beroep
Betrokkene en het UWV stelden beiden hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle die het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering vernietigde. De rechtbank vond dat het UWV onvoldoende medische onderbouwing had gegeven voor het niet aannemen van beperkingen voor het gebruik van de rechterarm en -hand.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat betrokkene geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die twijfel zaaiden over de juistheid van het standpunt van het UWV. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank niet dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende had gemotiveerd waarom beperkingen niet nodig waren. De medische rapportages en het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts waren voldoende zorgvuldig en onderbouwd.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn voor betrokkene en dat het hoger beroep van betrokkene ongegrond is. Het bestreden besluit van het UWV werd daarmee in stand gelaten en de aangevallen uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.