ECLI:NL:CRVB:2009:BH7748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste belastbaarheid en geschikte functies
Appellante, voormalig fulltime visverwerkster, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2006 concludeerde het UWV dat haar verdiencapaciteit nihil was en trok de uitkering in. In bezwaar en beroep werd het medische oordeel bevestigd, ondanks enkele aanpassingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele tekortkomingen, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige onderbouwing voldoende. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar psychische beperkingen werden onderschat en dat de functie medewerker tuinbouw ongeschikt was vanwege haar opleidingsniveau.
De Raad overwoog dat de medische grondslag van het besluit standhoudt, mede op basis van recente medische stukken die geen nieuwe relevante informatie bevatten. Ook de arbeidskundige rapporten rechtvaardigen de geschiktheid van de functies, die vergelijkbaar zijn met haar eerdere werkzaamheden en slechts mondelinge instructies vereisen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding om een deskundige te raadplegen of om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de belastbaarheid juist is vastgesteld en de geduide functies passend zijn.