ECLI:NL:CRVB:2009:BH7769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling WW-dagloon en onkostenvergoeding zakelijke kilometers
Appellant ontving een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van het dagloon en de wijze van vergoeding van autokosten voor zakelijke kilometers. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. Het UWV handhaafde zijn standpunt, waarna appellant opnieuw beroep instelde.
De Raad overwoog dat de netto autokostenvergoeding van € 0,234 per zakelijke kilometer niet bovenmatig was, omdat deze vergoeding alleen de variabele kosten dekt en niet de vaste kosten. De vaste kosten per kilometer bedroegen volgens berekening van appellant € 0,076, waardoor de totale kosten minimaal € 0,257 per kilometer zijn. De Raad verwierp de redenering van appellant om privé-kilometers mee te rekenen bij de kostprijsberekening.
Appellant vorderde tevens wettelijke rente over de ten onrechte onthouden WW-uitkering en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad wees beide verzoeken af, omdat de totale duur van de procedure minder dan vier jaar bedroeg en daarmee binnen de redelijke termijn viel.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 maart 2009.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de autokostenvergoeding niet bovenmatig is en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn af.