ECLI:NL:CRVB:2009:BH7871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante was sinds 1993 arbeidsongeschikt wegens rug-, schouder- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100%. In 2006 herzag het UWV haar uitkering naar 25-35%, gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die haar geschikt achtte voor gangbare arbeid binnen haar medische beperkingen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar liet de rechtsgevolgen intact. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ernstiger beperkt is dan vastgesteld en wees op haar langdurige arbeidsongeschiktheid en beperkte werkervaring.
De Raad onderschreef het medische oordeel van de rechtbank en vond geen nieuwe medische gegevens die twijfel zaaiden over de FML. De arbeidskundige onderbouwing werd eveneens als voldoende gemotiveerd beschouwd. De Raad stelde vast dat de beperkte werkervaring in WSW-verband niet uitsluit dat appellante geschikt is voor algemeen geaccepteerde arbeid.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.