ECLI:NL:CRVB:2009:BH8184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van belastinggegevens ondanks ontbreken concrete inkomensinformatie
Appellant, die een WAO-uitkering ontving wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, werd geconfronteerd met een herziening van zijn uitkering door het UWV op basis van een onderzoek waaruit bleek dat hij inkomsten had genoten als zelfstandig ondernemer en in loondienst. Het UWV baseerde de herziening op door de Belastingdienst vastgestelde inkomensgegevens over de jaren 1995 tot en met 1997.
Appellant voerde aan dat het UWV onterecht van deze gegevens uitging omdat hij geen concrete en verifieerbare informatie kon aanleveren, mede doordat zijn boekhouder niet meer te achterhalen was en zijn boekhouding was afgekeurd. Tevens stelde appellant dat het UWV geen medisch onderzoek had verricht en dat zijn arbeidsongeschiktheid vanaf 1999 hoger was dan vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht van de belastinggegevens is uitgegaan, omdat appellant het risico draagt voor het ontbreken van eigen bewijs en geen bezwaar had gemaakt tegen de afkeuring van zijn boekhouding. De Raad ging niet in op de medische grieven omdat het geschil zich beperkte tot de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO.
Daarnaast constateerde de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase, waardoor het onderzoek wordt heropend voor een beslissing over een mogelijke schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding. De Staat der Nederlanden wordt als partij in deze procedure betrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht is uitgegaan van de door de Belastingdienst vastgestelde inkomsten en heropent het onderzoek voor een beslissing over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.