ECLI:NL:CRVB:2009:BH8268

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5673 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks conflicthanteringsproblemen

Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die door het UWV was ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.

Appellante stelde dat zij door haar moeite met conflicthantering niet geschikt zou zijn voor de functies artsenbezoeker/dierenartsenbezoeker en arbeidsbemiddelaar/personeelsfunctionaris, omdat deze functies een belasting op dit aspect zouden vormen die haar belastbaarheid overschrijdt. Ter onderbouwing overhandigde zij een rapport van een psychiater en psycholoog.

De Raad overwoog dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) door de verzekeringsarts een beperking was opgenomen bij emotie-hantering, maar niet bij conflicthantering. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat de beperking bij emotie-hantering passend was. Uit de functiebeoordeling bleek dat conflicthantering in de functies niet beroepsmatig en continu voorkwam, zodat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden.

De Raad vond geen reden om de medische beoordeling te betwijfelen en concludeerde dat appellante geschikt is voor de functies. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de belastbaarheid van appellante niet wordt overschreden door conflicthantering in de voorgestelde functies.

Uitspraak

07/ 5673 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 augustus 2007, 07/114 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 25 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. Ph.C. Kleyn van Willigen, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn -na voorafgaand bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 14 december 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 15 februari 2006 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.
2. Het namens appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 1 december 2006 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat de rechtbank zich -kort weergegeven- kon verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
4. In hoger beroep is aangevoerd dat in verband met een bijzondere belasting op aspect 2.8.0. (omgaan met conflicten) in twee van de vier aan de onderhavige schatting ten grondslag gelegde functies, te weten artsenbezoeker/ dierenartsenbezoeker en arbeidsbemiddelaar /personeelsfunctionaris, appellantes belastbaarheid wordt overschreden. Ter onderbouwing van dit standpunt is een rapport van 20 augustus 2002 van psychiater R.J. ten Kate en psycholoog P.G. Smits overgelegd.
5.1. De Raad overweegt het volgende.
5.2. In het evengenoemde rapport van de psychiater en psycholoog is onder meer vermeld dat appellante naar verwachting moeite zal hebben met conflicthantering. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is door de verzekeringsarts van het Uwv bij aspect 2.12 als voorwaarde opgenomen: “Geen beroepsmatige continue emotie-hantering zoals klachtenbaliewerk.” In de FML is bij aspect 2.8.0. geen beperking opgenomen. Bezwaarverzekeringsarts E. Vastert heeft met zijn commentaar van 23 januari 2008 gereageerd op het rapport van de psychiater en psycholoog en heeft daarbij aangegeven dat de in de FML vermelde beperking bij aspect 2.12 past bij appellantes problematiek zoals in het rapport van de psychiater en psycholoog is aangegeven. De Raad heeft, mede in het licht van hetgeen overigens, over de medische situatie van appellante bekend is geworden, geen reden gezien om deze beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken. Aangezien uit de Resultaat Functiebeoordeling van eerder genoemde functies niet blijkt dat in de functies sprake is van beroepsmatige, continue emotie-conflicthantering is de Raad van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de belasting in deze functies ten aanzien van het aspect conflicthantering de belastbaarheid van appellante overschrijdt. Ook overigens heeft de Raad geen aanknopingspunten gezien voor twijfel aan de geschiktheid in medisch opzicht van de aan appellante voorgehouden functies.
6. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen.
7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bedee. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.
(get.) H. Bedee.
(get.) I.R.A. van Raaij.
TM