ECLI:NL:CRVB:2009:BH8270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering op medische en arbeidskundige gronden
Appellante was werkzaam als cateringmedewerkster en viel uit wegens psychische klachten. Haar WAO-uitkering werd ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor gangbare arbeid binnen haar medische beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, met name door het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), niet volledig waren meegewogen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het besluit op een deugdelijke medische grondslag berust. Nieuwe medische gegevens van appellante waren onvoldoende onderbouwd. Ook de arbeidskundige beoordeling was volgens de Raad voldoende gemotiveerd.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.