Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH8688

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5492 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • K.J. Kraan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 2%-regelingArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vergoeding genormeerde kosten bij opname ziek gezinslid ambtenaar

Appellant, voormalig sectordirecteur bij de gemeente Zundert, vorderde vergoeding van maaltijdkosten in verband met de opname van zijn zieke zoon. Het college kende slechts een niet kostendekkende vergoeding toe op basis van de geldende 2%-regeling voor ambtenaren van de gemeente Zundert. Na bezwaar handhaafde het college dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college terecht de 2%-regeling toepaste en dat deze regeling verbindend was.

In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de gevraagde vergoeding valt onder de in artikel 4 van Pro de 2%-regeling genoemde genormeerde kosten, die betrekking hebben op bijzondere uitgaven wegens opname van een gezinslid. De regeling is een algemeen verbindend voorschrift met een concrete vergoedingsnorm, die geen ruimte laat voor een ruimere vergoeding door het college.

De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 19 maart 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de 2%-regeling correct is toegepast en wijst de gevraagde ruimere vergoeding af.

Uitspraak

07/5492 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 augustus 2007, 06/5357 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert (hierna: college)
Datum uitspraak: 19 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2009. Appellant is, zoals door hem bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. de Visser, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en drs. H.W.J. Klaucke, voormalig medewerker van de gemeente Zundert.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellant, voormalig sectordirecteur in de gemeente Zundert, heeft in verband met bezoek aan zijn zieke zoon vergoeding gevraagd van onder meer maaltijdkosten. Het college heeft niet de door appellant gevraagde (vrijwel) volledige vergoeding van die kosten toegekend, maar heeft met toepassing van de voor ambtenaren van de gemeente Zundert geldende 2%-regeling een niet kostendekkende vergoeding gegeven. Na bezwaar is dat besluit gehandhaafd bij het bestreden besluit van 12 september 2006.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Voor zover hier van belang heeft zij - kort samengevat - geoordeeld dat het college terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 4, aanhef en onder b, van de 2%-regeling, en dat dit op juiste wijze is gedaan. Zij heeft de stelling van appellant dat de 2%-regeling onverbindend is of anderszins buiten toepassing had moeten worden gelaten, verworpen.
3. Naar aanleiding van de standpunten van partijen overweegt de Raad als volgt.
3.1. Hij volgt de rechtbank in haar hierboven kort samengevatte oordeel en volstaat met verwijzing naar hetgeen de rechtbank in dat verband in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. De door appellant gevraagde vergoeding ziet ook naar het oordeel van de Raad op de in artikel 4 genormeerde Pro kosten die verband houden met opname wegens ziekte van een gezinslid van de ambtenaar en die kunnen worden geduid als ‘overige bijzondere uitgaven’ in de zin van artikel 4, aanhef en onder b, van de 2%-regeling. Het gaat dan om toepassing van een algemeen verbindend voorschrift dat een concrete vergoedingsnorm bevat. Anders dan appellant bepleit, laat de regeling geen ruimte, laat staan dat zij een verplichting inhoudt, voor het college om de kosten te vergoeden volgens een andere norm.
4. Op grond van het vorenstaande komt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2009.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) K. Moaddine.
HD