ECLI:NL:CRVB:2009:BH8723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J.M. Tason Avila
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van 80% naar 65-80% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar medische beperkingen waren onderschat en dat zij de voorgelegde functies niet in de voorgestelde omvang kon vervullen.
De Raad overwoog dat er geen aanleiding was het medisch onderzoek of de vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 25 januari 2006 in twijfel te trekken. Appellante had in hoger beroep geen objectieve medische gegevens ingebracht die haar stelling ondersteunden. Wel werd erkend dat de toelichting op de medische geschiktheid voor de functies pas in hoger beroep was gegeven.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.