ECLI:NL:CRVB:2009:BH8854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 15 april 2007 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De medische onderzoeken door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts voldeden aan de vereiste zorgvuldigheid. Er was geen sprake van klassieke migraine, maar eerder spanningshoofdpijn of medicatiegerelateerde hoofdpijn. De klachten van appellante, waaronder nek- en schouderpijn, zijn meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad oordeelde dat de belastbaarheid niet was overschat en dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen passend waren. Het vermeende hoge ziekteverzuimrisico werd niet aannemelijk geacht. Het hoger beroep faalt en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 15 april 2007 wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag.