ECLI:NL:CRVB:2009:BH8871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 21 juni 2006 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Zij stelde dat de medische voorbereiding onvoldoende zorgvuldig was en dat zij medisch meer beperkt was dan aangenomen, met name dat ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld. Tevens voerde zij aan dat zij de voorgehouden functies gezien haar fysieke staat en opleiding niet kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldige medische voorbereiding had getroffen. De verzekeringsarts had een uitgebreid onderzoek gedaan en had op grond van de aard van de klachten terecht afgezien van specifiek lichamelijk onderzoek. De Raad vond geen objectieve medische aanknopingspunten dat het UWV de beperkingen van appellante had onderschat. Het standpunt van appellante dat een urenbeperking aangewezen had moeten worden, werd niet ondersteund door medische gegevens.
Verder werd vastgesteld dat de arbeidsdeskundige duidelijk en toereikend had toegelicht waarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies medisch geschikt waren voor appellante. Ook de scholingseisen van deze functies stonden niet in de weg aan de geschiktheid van appellante. De functies waren berekend op haar bekwaamheden.
Hieruit volgde dat het hoger beroep van appellante faalde en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.