ECLI:NL:CRVB:2009:BH8875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als receptioniste/telefoniste, meldde zich ziek wegens rugklachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, steunend op de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen dat zij ernstige lichamelijke en psychische beperkingen ondervindt die haar arbeidsmogelijkheden duurzaam beperken. Zij verwees ter onderbouwing naar verklaringen van haar acupuncturist en huisarts. De Raad oordeelde echter dat de bevindingen van de verzekeringsartsen en de arbeidskundige beoordeling juist zijn en dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar belastbaarheid onjuist is vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de functies die in aanmerking zijn genomen passend zijn voor appellante en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.